Geschiedenis

Geschiedenis van de Dordsemarkt

Door zijn ligging aan een kruispunt van waterwegen nam Dordrecht in de middeleeuwen reeds een specifieke plaats in onder de handelssteden der Lage Landen. Zeker nadat de Graaf van Holland, Jan de Eerste de stad rond 1300 stapelrecht verleende en later dit recht uitbreidde met het Maasrecht. Hetgeen inhield, dat alle goederen, die veelal over ’t water langs en naar Dordrecht werden vervoerd eerst aangemeld moesten worden bij de autoriteiten, zodat over deze handelswaar belasting kon worden geheven. In ruil ontvingen de kooplieden en de boeren een vrijgeleide, dus bescherming om hun goederen veilig te kunnen vervoeren of te verhandelen in de Dordtse regio.

Door deze privileges kreeg de handel op en rond de rivieroevers en kaden een enorme impuls, zodat reeds in de middeleeuwen vele kooplieden zich in Dordrecht vestigden.

De statige herenhuizen en de pakhuizen op de kaden met namen als: Hooikade, Wolwevershaven, Pottenkade, Wijnhaven getuigen daarvan.

Maar bovendien kon Dordrecht zich ontwikkelen tot één van de belangrijkste handelssteden van Nederland.

Door de eeuwen heen verplaatste de markthandel zich steeds meer naar ’t hart van de stad. Van Aardappelmarkt, Vismarkt en Varkenmarkt naar Botermarkt, Wijnstraat, Groenmarkt en Visstraat.

Reeds vanaf 1430 werd er op en rond de Beurs, ’t huidige Scheffersplein op vrijdag een markt gehouden. Vanaf 1900 ontstond er ook op zaterdag een middag/avondmarkt op ’t Scheffersplein, aanvankelijk alleen voor een gering aantal Dordtse kooplieden, omdat de toenmalige middenstand geen behoefte had aan uitbreiding van het aantal standplaatsen.

De Dordtse kooplieden, die rond de jaren dertig de aanzet gaven tot de huidige zaterdagmarkt waren o.a:

Jan de Wit (bloemen), E. (Eppie) de Bruin (planten), A. (Aai) van’t Hoff (galanterieën), Piet Stevens (groente/fruit), Jop Pollema (koek/gebak), Piet (de Pil) Koman (fruit) en Dhr. Jumelet (mosselen).

Rond ’35 leek ’t erop, dat onder leiding van de toenmalige marktmeester Dhr. Kattemölle de markt uit zou groeien tot een dagmarkt. Maar de Tweede Wereldoorlog met zijn schaarste aan goederen, de reisverboden en het wegvoeren van vele Joodse kooplieden verhinderde dat.

Na de tweede Wereldoorlog kwam deze avondmarkt dan ook niet meer terug, maar na de officiële goed-keuring van het gemeentebestuur ontwikkelde zich deze markt in de vijftiger jaren tot een volwaardige dagmarkt. In 1972 werden de marktlocaties in de Wijnstraat en Botermarkt opgeheven en werden de kramen voortaan op de Waag en de Grote markt geplaatst. In de jaren tachtig werden mede door wethouder P. Jansen reeds plannen gemaakt om de Dordtse markten rond 2001 naar het nieuw te bouwen centrum te verplaatsen.

In 1996 konden deze plannen geconcretiseerd worden, omdat de Dordtse kooplieden toen bij monde van hun vertegenwoordiger Jos Wagenaar instemden met de verplaatsing naar de Statenplein/ Sarisgang.

 

De markt, verhuist naar ’t hart van de stad

Al weer 7 jaar, staan de Dordtse centrummarkten al op de nieuwe locatie, op het Sarisgang en Statenplein in het centrum van Dordrecht. Sinds het jaar 2002 fungeert de markt twee dagen per week als het ver-nieuwde hart van de Dordtse city. Een waar succes voor zowel de marktbezoekers als de marktkooplui.

Het constante overleg van het hoofd Centrum-markten en de vertegenwoordiger van de kooplieden met de gemeentelijke plannenmakers had tot gevolg, dat bij de ontwikkeling van dit nieuwe winkelgebied, vanaf de allereerste opzet rekening is gehouden met het feit, dat bij voltooiing van deze ruimte de cen-trummarkten hier een plaats zouden krijgen. Dit komt zeer goed tot uiting in de
plaatsen. Dit komt zeer goed tot uiting in de plaatsen waar de bomen, de lantarenpalen en de zitbanken staan. Hierbij is steeds rekening gehouden met de plaats, die de markt (kramen, verkoopwagens en stand-werkerplekken) zou innemen. Zelfs de zich op ’t Statenplein bevindende fontein is in het plaveisel verzonken.

Daarbij is de markt zo opgesteld, dat eventuele acties van brandweer of ambulance ongehinderd kunnen plaatsvinden. De voor ’t goed functioneren van de markt benodigde zaken als water en elektriciteit kunnen de kooplieden aftappen van in het trottoir verzonken units. Daarbij hebben alle kramen uniforme brandvrije en verbrede bovenzeilen en zijn alle looppaden dermate breed, dat het bezoekend
publiek ongehinderd kan wandelen, kijken of kopen. En is er volop ruimte voor kinderwagens, rollators of invalidenwagens. Een fietsenstalling, bagage kluisjes, openbare toiletten, zelfs een verkleedruimte voor de kooplieden bevinden zich in de kelder van het aan de markt liggende warenhuis V&D.

 Bovendien zijn er twee parkeergarages op enkele honderden meters afstand van de markt Voor het publiek, dat gewend is het brede assortiment aan winkels en warenhuizen op en bij de nieuwe marktlocatie te bezoeken is de markt een welkome vergroting van de mogelijkheid tot funshoppen.

Voor de kooplieden is het winkelend publiek een welkome aanvulling op hun vaste klanten, die ze van de oude locatie hebben meegenomen. Bovendien is er op de nieuwe locatie geen duidelijk tweedeling in food en non-foodkramen en bevindt de markt zich nu op een aaneengesloten locatie en niet op twee verschillende terreinen.

Nederlands kampioenschap standwerken.

De verplaatsing van de Dordtse centrummarkten naar de nieuwe locatie, Statenplein / Sarisgang ging gepaard met een weken durende reeks van promotionele acties. Van gratis vervoer met stadsbus of fastferry (i.s.m SVD) naar de markt via gratis proeven en keuren tot een fotozoekactie in de plaatselijke advertentiekrant Dordt Centraal. Maar de meest in ’t oog springende actie was echter ’t landelijk standwerkerconcours.

Op zaterdag 20 september 2002 werd in Dordrecht i.s.m. de landelijke kooplieden belangenorganisatie CVAH het Nederlands Kampioenschap Standwerken georganiseerd.